22 april 2016

Over het ontbreken van een zakelijke cultuur op het Katwijkse gemeentehuis c.q. in de raadzaal



In een vorige aflevering over de motie van wantrouwen zijn een aantal vragen geponeerd om de zelfstudie van onze lezers te stimuleren. En, alhoewel het stellen van de juiste vragen veel belangrijker is dan het geven van antwoorden, hier op verzoek toch een paar noties om uw eigen geest wat aan te scherpen.


De Vragen

Wat zou de bestuurder in deze kwestie moeten doen ?

Het college van B&W hoeft van ons niet af te treden. Het medicijn zou in dat geval erger zijn dan de kwaal. De meest verantwoordelijke wethouder kan ook blijven zitten, omdat hij net is aangetreden en nauwelijks is ingewerkt. Een wethouder die al langer zou zitten zou van ons ook hebben mogen blijven zitten als hij (namens het college) daadwerkelijk zou hebben laten zien dat er op doorslaggevende wijze wordt ingegrepen. Aftreden hoeft niet als er beslissend en succesvol wordt opgetreden. Dat laatste hebben we trouwens tot nog toe gemist en dat is de crux van de kwestie.

Wat zouden de commissarissen (lees: de gemeenteraad) in deze situatie moeten doen ?

Het hoofddoel moet zijn dat de onderliggende problematiek definitief en op afzienbare termijn wordt opgelost. Daar mag geen twijfel meer over bestaan, dus halve maatregelen zijn onaanvaardbaar. In de voetballerij wordt dan de trainer gewisseld. Ik weet niet of dat altijd de juiste oplossing is. In de gemeente Katwijk laten we dezelfde verantwoordelijken die de kwestie na 3 jaar nog steeds niet hebben opgelost het nog eens opnieuw proberen.


Moet er verschil zijn in de houding van enerzijds commissarissen die nauw bevriend zijn met de bestuurder (lees: coalitiepartijen) en anderzijds commissarissen die geen persoonlijke band onderhouden (lees: de oppositie) ?

Nee natuurlijk. En dat is zelfs officieel zo bedacht. Dat noemen we "dualisme". In de gemeente Katwijk maken de coalitiepartijen zich echter verantwoordelijk voor het volgende drama. We gaan immers op dezelfde koers door ? We zien bij het college geen gevoel van urgentie, geen gevoel voor de eigen verantwoordelijkheid en geen wil om echt door te pakken. De coalitiepartijen vinden dat blijkbaar prima. Als de sfeer maak goed blijft. In het rapport heet dat "het ontbreken van een zakelijke cultuur".

Het CDA maakte geen excuses naar de bevolking over het Havendrama. Men windt zich op over het gedrag van de oppositiepartijen, die zomaar de goede sfeer op de proef stellen door een motie van wantrouwen in te dienen. Ook de SGP bedekt alle ellende met de mantel der liefde en heeft het vooral over de motie en vooral niet over het oplossen van de pijnpunten waarvoor die motie is ingediend.

Wat kunnen de gevolgen zijn als de toezichthouder de vriendschap zwaarder laat wegen dan het bedrijfsbelang ?

Door de verkeerde houding van de coalitiepartijen weet het college dat ze met alles kunnen wegkomen. Het gebrek aan lef, het onvoldoende besef van waar de schoen wringt, in combinatie met de ontbrekende motivatie om tot het gaatje te gaan, zal in de combinatie met het ontbreken van externe druk tot een volgend drama leiden.

Hebben het bestuur en de met hen bevriende commissarissen redenen om zich op hun pik getrapt te voelen door de motie van de minderheid ?

Wij zouden dat anders formuleren maar het is inderdaad veelzeggend dat de coalitiepartijen zich vooral op bijzaken richten en niet op de probleemoorzaken of een echte oplossing. En dat terwijl alle partijen op 7 april hebben gesproken over het onderliggende cultuurprobleem waarvan het Havendrama slechts een symptoom is.

Denkt u dat het nuttig kan zijn om de problemen op een andere manier “aan te vliegen” of denkt u dat continuïteit in de aanpak tot betere resultaten leidt ?

Het is vrij naïef om te denken dat de eerdere aanpak die niet tot verbetering heeft geleid een volgende keer plotsklaps de overwinning zal brengen.


Zijn dezelfde mensen die de problemen hebben veroorzaakt c.q. niet hebben opgelost of niet hebben kunnen voorkomen, in staat deze zaak tot een goed einde brengen ?

We zijn als gemeente niet in de positie om een gokje te doen. We kunnen ons geen derde drama permitteren en dus is het niet geloofwaardig als er geen personele transfers bij eindverantwoordelijken op dit dossier zouden plaatsvinden. Het is bovendien ondenkbaar dat er nog een werkbare relatie mogelijk is tussen mensen die elkaar zo hebben teleurgesteld.

Wat is het afbreukrisico als de achterliggende problemen niet worden weggenomen ?
Denk in termen van geld, vertrouwen bij diverse stakeholders, en imago.


Zullen we hierover maar niet verder speculeren ? De schade aan vertrouwen en in imago is nu al enorm.


Wat kan dit voor gevolgen hebben voor het bedrijf ?
Denk is termen van tarieven, afzetmogelijkheden, positie in samenwerkingsverbanden en binnen de branche, relatie met hogere toezichtorganen, kloof met de klanten, overnames, etc.


Laten we constateren dat onze bestuurders in het vervolg toch met een wat andere blik bekeken zullen worden buiten het gemeentehuis.


Tenslotte een filmpje van een interview bij RTVKatwijk:




18 april 2016

Gemeentelijke organisatie onderbrengen bij bakker van Maanen ?



KiesKatwijk constateert recidive bij B&W

Naar aanleiding van het havendrama is er een motie van wantrouwen ingediend tegen het college van B&W. De aanleiding is natuurlijk duidelijk. Na het Coligny debacle heeft het college ruimschoots de gelegenheid gehad om de problemen met het management en de organisatie op te lossen. Als dan na een aantal jaren blijkt dat er helemaal niets veranderd is, en er opnieuw miljoenen door het afvoerputje zijn gegaan, dan is dat schokkend en onaanvaardbaar. 

Het rapport over het Coligny debacle (december 2012)

Onbewust onbekwaam

Alle partijen in de gemeenteraad hebben soortgelijke of nog sterkere kwalificaties gebruikt. Het is te gek voor woorden dat er na drie jaar nog helemaal niets veranderd is. Bovendien is het niet aannemelijk dat het hier een incident of gevalletje pech betreft. Een extern bureau bracht een dergelijk ongekend falen op allerlei terrein aan het licht dat daaruit de conclusie moet worden getrokken dat er iets fundamenteels fout zit. Dat heeft natuurlijk enorme gevolgen voor de kwaliteit en de kosten van alle “producten” die worden opgeleverd. En je kunt mij niet wijsmaken dat de werksfeer op de betrokken afdelingen goed is en dat het er prettig werken is. Ons burgerraadslid Jos de Best sprak in dit verband van “onbewust onbekwaam”. Het gemeentelijk management is ernstig in gebreke gebleven, men is duidelijk niet in control. Het allerergste is dat men dit voor het college van B&W verborgen heeft kunnen en willen houden.

Geen handdoek in de ring

KiesKatwijk verwachtte dat de eindverantwoordelijken op bestuurlijk en ambtelijk niveau gezien deze situatie de handdoek in de ring zouden werpen om daarna de zaak door anderen te laten oplossen. Dat is echter niet gebeurd. Voor wat betreft de betrokken wethouder hebben we daar begrip voor omdat hij pas een paar weken in functie is. Vervolgens is het dan in onze ogen noodzakelijk om als college met een oplossingsrichting te komen die echt geloofwaardig is en werkt. KiesKatwijk wil dat de leiding wordt overgenomen door een interimmanager die een plan van aanpak maakt en die dat zelf gaat uitvoeren. Wij hebben er geen vertrouwen in dat de leiding zichzelf deze keer wel aan de eigen haren uit het moeras kan trekken. Daar hebben we het college op aangesproken. Maar daar doet men net of zijn neus bloedt.

Het Coligny rapport (2012): een exacte kopie van het Havendrama (2016)

Uit een ander vaatje tappen

Wat dan voor ons de druppel is die de emmer doet overlopen is de houding van het college. De lichaamstaal sprak boekdelen. Op 7 april was het “wij hebben het niet geweten”, dus waar zeur je over ? Op 14 april was het vooral irritatie en het zich op edele delen getrapt voelen waardoor men in de slachtofferrol schoot. Dat is niet de goede houding. Het boetekleed aantrekken en erkennen dat ambtelijk management en dagelijks bestuur gefaald hebben en dus onderdeel van het probleem zijn was mooier geweest. Want dan weet je wat je te doen staat, namelijk het roer omgooien. KiesKatwijk mist dus vooral vertrouwenwekkende maatregelen waaruit blijkt dat men uit een ander vaatje gaat tappen.

Afgaan als een gieter

Met name de burgemeester moet het zich als aanvoerder aantrekken dat de gemeente opnieuw dramatisch gefaald heeft bij een technisch project. De afstandelijke en afzijdige houding van het college bij het functioneren van het ambtelijk apparaat de afgelopen jaren heeft de zaak laten doorzieken. De gemeente Katwijk, het college en het management van de gemeente is afgegaan als een gieter, er zit een lelijke kras in het blazoen. Was het Coligny debacle niet een voldoende waarschuwing ? Men blijkt nog steeds niet competent te zijn. Waar zijn de verantwoordelijken de afgelopen jaren eigenlijk mee bezig geweest ? Misschien moeten we delen van het gemeentehuis maar door bakker van Maanen laten managen. Het onderstaande filmpje geeft precies de oplossingsrichting die de gemeente Katwijk ook zou kunnen toepassen.


Oude wijn in oude zakken

Weer met dezelfde herstelmaatregelen komen die vroeger niet geholpen hebben is geen uiting van lef of van inzicht in de achterliggende oorzaken. Een flutbriefje naar de gemeenteraad sturen waarin bevestigd wordt hoe de formele verantwoordelijkheden liggen geeft geen blijk van een echt gevoel van urgentie. Er vindt geen koerswijziging plaats, hoe kunnen we daar nu in de gegeven situatie vertrouwen in hebben ?

Coalitiepartijen medeverantwoordelijk

De coalitiepartijen vonden het gesloten houden van de eigen rijen blijkbaar opnieuw belangrijker dan het belang van de gemeente en haar inwoners. Het bleef bij wat gratuit gekef voor de bühne. Daarmee maakt men zichzelf medeverantwoordelijk want zo wordt de zaak niet opgelost. B&W wist bij voorbaat dat ze met alles konden wegkomen. Zelfreflectie was daarom overbodig, het eigen ego beschermen was het hoofddoel. Met de schijn ophouden dat er weinig mis is en gewoon doorgaan op de ingeslagen weg krijgen we het lek natuurlijk nooit boven water, en dus is het wachten op de volgende misser. Je vraagt je trouwens ook af wat er ondertussen nog meer is misgegaan dat toevallig niet in de openbaarheid is gekomen.

Vertrouwen

Het vertrouwen is natuurlijk duchtig beschadigd. Hoe kan een wethouder nu nog verder met een management dat de waarheid voor hem verborgen heeft gehouden, en dat niet in staat is gebleken om de fundamentele onderliggende oorzaken aan te vatten ? Alle raadsfracties hebben uitgesproken dat er sprake is van een onderliggend cultuurprobleem. Naar verwachting is dat alleen nog te behandelen met een shocktherapie.

Gebakken peren

KiesKatwijk zag daarom geen andere uitweg dan om nu maar eens keihard met de vuist op de politieke tafel te slaan. We hebben de motie van wantrouwen vooral gesteund om daarmee een doordringend signaal af te geven. Eerlijk gezegd wisten we tevoren dat die motie het niet zou halen. Bij het aftreden van een compleet college en alle ellende die daarmee samenhangt zou het medicijn trouwens erger zijn geweest dan de kwaal. Het is ook absoluut niet zo dat het complete college of het hele ambtelijk apparaat slecht zou functioneren. Met name in het vorige college is er veel fout gegaan. De meeste betrokken bestuurders uit die periode hebben inmiddels het veld geruimd. Jammer dat de nieuwe bestuurders in deze casus tot nog toe niet het lef hebben getoond om echt doortastend op te treden. Als men dat direct na het Coligny debacle had gedaan en daar een miljoen euro aan had besteed dan waren we goedkoper uit geweest. Want nu kost het 3 miljoen euro en zitten we nog steeds met de gebakken peren.

15 april 2016

Motie van wantrouwen (deel 1)



De casus

Zoals u weet worden in de opleidingen van bestuurskunde of van management & organisatie vaak casussen gebruikt om de studenten wat te laten leren. Vaak wordt zo’n casus uit de praktijk gelicht. De studenten analyseren de kwestie en komen met een suggestie voor een aanpak of oplossingsrichting. Recent trof ik bij de universiteit van Hoogkarspel een casus aan die over de gemeente Katwijk bleek te gaan. Hier volgt de tekst.


Niet in control

Stel dat er een wethouder is die privé ook nog een bedrijf heeft. Hij heeft daar een bedrijfsleider op gezet die de zaak voor hem runt. Stel nu dat er onder dat bewind ineens een enorme fout wordt ontdekt. De wethouder laat er onderzoek naar doen en er blijkt dat (delen binnen) zijn bedrijf zeer slecht functioneren, en dat het management dus niet of onvoldoende “in control” is. De schade is los van het imagoverlies zeg 1 miljoen euro. Dat is een gevoelig verlies want het dat bedrag is helaas uit de eigen portemonnee van de eigenaar verdwenen.  Wat doet deze wethouder-ondernemer dan ? Gooit hij de beuk er in of laat hij het bij het opstellen van externe rapporten en het maken van daarop gebaseerde goede afspraken ?

The Rijnsburg Way

Goed, laten we aannemen dat de bedrijfsleider de opdracht krijgt om de zaak alsnog op orde te brengen. Waar gewerkt wordt vallen immers spaanders ? Er worden rond de werkvloer wat lagere goden gewisseld en er wordt een groot project gestart “The Rijnsburg Way”. Het nieuwe evangelie heet “lean”. Dit bleek bij een koekjesfabriek op de Bahama’s erg goed te werken. Inmiddels is er een Raad van Commissarissen in beeld gekomen. Deze krijgt een daverende presentatie. Van heinde en ver komen mensen uit de branche kijken naar het rolmodel. Het eerst wat armetierige bedrijfje heeft de lat flink hoog gelegd, het wil het beste bedrijf van Nederland worden. De wethouder wrijft zich in de handjes. Hij hoeft zich niet meer in het bedrijf te vertonen. De zaak loopt toch als een trein ? En als er iets mis is dan zal de bedrijfsleider dat wel ontdekken, het oplossen en hem tijdig en continu op de hoogte houden. Toch ?


Sturen op te grote afstand

Nou nee, het bedrijf blijkt niet als een trein maar meer als de N.S. te functioneren. Na drie jaar hard werken aan het verbetertraject komt er plotseling opeens opnieuw een schandaal naar voren. Deze keer is de schade wel 3 miljoen en het imagoverlies is natuurlijk enorm. De bestuurder laat snel opnieuw een extern onderzoek uitvoeren. Hij wil van de hoed en de rand weten. Het geld groeit hem niet op de rug en hij is onaangenaam verrast dat het opnieuw uit de hand gelopen is. Hij heeft toch een bedrijfsleider aangesteld om hem uit de wind te houden ? Hij heeft zich lekker met andere bezigheden en hobby’s beziggehouden en was bijna vergeten dat hij ook nog verantwoordelijk was voor een bedrijf. Sturen op afstand noemde hij dat altijd. Maar dat blijkt nu niet te werken. Vervelend is dat ! Wat gaat onze wethouder-bestuurder nu doen ?

Plaatsvervangende schaamte

Uit dat nieuwe onderzoek blijkt dat er na drie jaar sleutelen helemaal niks aan de situatie veranderd is. Het rapport noemt zaken waar de honden geen brood van lusten en die bij de lezer een diep gevoel van plaatsvervangende schaamte oproepen. De Raad van Commissarissen wil nu wel eens weten wat er aan gedaan zal worden.


Het duale stelsel

Een deel van deze club van commissarissen is goed bevriend met onze bestuurder op afstand, maar voelt zich toch verplicht om harde taal te uiten. Het is voor alle commissarissen duidelijk dat dit niet een gevalletje pech of een toevallig incidentje is. Er is sprake van recidive en de bestuurder heeft dus blijkbaar zitten slapen. Er is een achterliggend probleem en de commissarissen noemen dat een cultuurprobleem. Dat probleem moet worden opgelost want anders wordt het nooit wat. Ze willen wel eens weten wat de bestuurder nu gaat doen.

Wij hebben het niet geweten

De bestuurder staat nu met de mond vol tanden. Hij zegt tegen de commissarissen dat hij geen informatie heeft gekregen over de organisatieproblemen. Het is dus logisch dat hij er ook niets aan heeft kunnen doen. Hij dacht dat het allemaal lekker liep. Het besturen op grote afstand is op vertrouwen gebaseerd. Dus wat zeuren die commissarissen nu ? De commissarissen constateren dat er blijkbaar bij de bestuurder onvoldoende gevoel voor urgentie is. Een flutbriefje dat de bestuurder op de valreep naar de commissarissen stuurde kan die indruk niet wegnemen.

The rudder must um

Een minderheid in de raad van commissarissen denkt dat het zo niet goed gaat komen. Het roer moet om ! De meerderheid van de raad is nooit kritisch en bedekt alles met de mantel der liefde. Wat nu ? Zij sturen het bestuur een brandbrief en zetten daar boven "motie van wantrouwen" om door de dikke huid en de mentale verdedigingswallen van het bestuur te kunnen dringen.


Opgave:

Ga uit van de doelstelling dat dergelijke flaters nooit meer mogen voorkomen: “Het mag nooit meer gebeuren”. Het gaat dus om de continuïteit van de onderneming en niet om koppensnellen, machtsspelletjes, individuele belangen of baantjes.

  1. Wat zou de bestuurder in deze kwestie moeten doen ?
  2. Wat zouden de commissarissen in deze situatie moeten doen ?
  3. Moet er verschil zijn in de houding van commissarissen die nauw bevriend zijn met de bestuurder en commissarissen die geen persoonlijke band onderhouden ?
  4. Wat kunnen de gevolgen zijn als de toezichthouder de vriendschap zwaarder laat wegen dan het bedrijfsbelang ?
  5. Hebben het bestuur en de met hen bevriende commissarissen redenen om zich op hun pik getrapt te voelen door de motie-brief van de minderheid ?
  6. Denkt u dat het nuttig kan zijn om de problemen op een andere manier “aan te vliegen” of denkt u dat continuïteit in de aanpak tot betere resultaten leidt ?
  7. Zijn dezelfde mensen die de problemen hebben veroorzaakt c.q. niet hebben opgelost of niet hebben kunnen voorkomen, in staat deze zaak tot een goed einde brengen ?
  8. Wat is het afbreukrisico als de achterliggende problemen niet worden weggenomen ?
    Denk in termen van geld, vertrouwen bij diverse stakeholders, en imago.
  9. Wat kan dit voor gevolgen hebben voor het bedrijf ?
    Denk is termen van tarieven, afzetmogelijkheden, positie in samenwerkingsverbanden en binnen de branche, relatie met hogere toezichtorganen, kloof met de klanten, overnames, etc.


N.B. In het volgende college worden de goede antwoorden behandeld


Social Icons


Featured Posts