15 april 2016

Motie van wantrouwen (deel 1)



De casus

Zoals u weet worden in de opleidingen van bestuurskunde of van management & organisatie vaak casussen gebruikt om de studenten wat te laten leren. Vaak wordt zo’n casus uit de praktijk gelicht. De studenten analyseren de kwestie en komen met een suggestie voor een aanpak of oplossingsrichting. Recent trof ik bij de universiteit van Hoogkarspel een casus aan die over de gemeente Katwijk bleek te gaan. Hier volgt de tekst.


Niet in control

Stel dat er een wethouder is die privé ook nog een bedrijf heeft. Hij heeft daar een bedrijfsleider op gezet die de zaak voor hem runt. Stel nu dat er onder dat bewind ineens een enorme fout wordt ontdekt. De wethouder laat er onderzoek naar doen en er blijkt dat (delen binnen) zijn bedrijf zeer slecht functioneren, en dat het management dus niet of onvoldoende “in control” is. De schade is los van het imagoverlies zeg 1 miljoen euro. Dat is een gevoelig verlies want het dat bedrag is helaas uit de eigen portemonnee van de eigenaar verdwenen.  Wat doet deze wethouder-ondernemer dan ? Gooit hij de beuk er in of laat hij het bij het opstellen van externe rapporten en het maken van daarop gebaseerde goede afspraken ?

The Rijnsburg Way

Goed, laten we aannemen dat de bedrijfsleider de opdracht krijgt om de zaak alsnog op orde te brengen. Waar gewerkt wordt vallen immers spaanders ? Er worden rond de werkvloer wat lagere goden gewisseld en er wordt een groot project gestart “The Rijnsburg Way”. Het nieuwe evangelie heet “lean”. Dit bleek bij een koekjesfabriek op de Bahama’s erg goed te werken. Inmiddels is er een Raad van Commissarissen in beeld gekomen. Deze krijgt een daverende presentatie. Van heinde en ver komen mensen uit de branche kijken naar het rolmodel. Het eerst wat armetierige bedrijfje heeft de lat flink hoog gelegd, het wil het beste bedrijf van Nederland worden. De wethouder wrijft zich in de handjes. Hij hoeft zich niet meer in het bedrijf te vertonen. De zaak loopt toch als een trein ? En als er iets mis is dan zal de bedrijfsleider dat wel ontdekken, het oplossen en hem tijdig en continu op de hoogte houden. Toch ?


Sturen op te grote afstand

Nou nee, het bedrijf blijkt niet als een trein maar meer als de N.S. te functioneren. Na drie jaar hard werken aan het verbetertraject komt er plotseling opeens opnieuw een schandaal naar voren. Deze keer is de schade wel 3 miljoen en het imagoverlies is natuurlijk enorm. De bestuurder laat snel opnieuw een extern onderzoek uitvoeren. Hij wil van de hoed en de rand weten. Het geld groeit hem niet op de rug en hij is onaangenaam verrast dat het opnieuw uit de hand gelopen is. Hij heeft toch een bedrijfsleider aangesteld om hem uit de wind te houden ? Hij heeft zich lekker met andere bezigheden en hobby’s beziggehouden en was bijna vergeten dat hij ook nog verantwoordelijk was voor een bedrijf. Sturen op afstand noemde hij dat altijd. Maar dat blijkt nu niet te werken. Vervelend is dat ! Wat gaat onze wethouder-bestuurder nu doen ?

Plaatsvervangende schaamte

Uit dat nieuwe onderzoek blijkt dat er na drie jaar sleutelen helemaal niks aan de situatie veranderd is. Het rapport noemt zaken waar de honden geen brood van lusten en die bij de lezer een diep gevoel van plaatsvervangende schaamte oproepen. De Raad van Commissarissen wil nu wel eens weten wat er aan gedaan zal worden.


Het duale stelsel

Een deel van deze club van commissarissen is goed bevriend met onze bestuurder op afstand, maar voelt zich toch verplicht om harde taal te uiten. Het is voor alle commissarissen duidelijk dat dit niet een gevalletje pech of een toevallig incidentje is. Er is sprake van recidive en de bestuurder heeft dus blijkbaar zitten slapen. Er is een achterliggend probleem en de commissarissen noemen dat een cultuurprobleem. Dat probleem moet worden opgelost want anders wordt het nooit wat. Ze willen wel eens weten wat de bestuurder nu gaat doen.

Wij hebben het niet geweten

De bestuurder staat nu met de mond vol tanden. Hij zegt tegen de commissarissen dat hij geen informatie heeft gekregen over de organisatieproblemen. Het is dus logisch dat hij er ook niets aan heeft kunnen doen. Hij dacht dat het allemaal lekker liep. Het besturen op grote afstand is op vertrouwen gebaseerd. Dus wat zeuren die commissarissen nu ? De commissarissen constateren dat er blijkbaar bij de bestuurder onvoldoende gevoel voor urgentie is. Een flutbriefje dat de bestuurder op de valreep naar de commissarissen stuurde kan die indruk niet wegnemen.

The rudder must um

Een minderheid in de raad van commissarissen denkt dat het zo niet goed gaat komen. Het roer moet om ! De meerderheid van de raad is nooit kritisch en bedekt alles met de mantel der liefde. Wat nu ? Zij sturen het bestuur een brandbrief en zetten daar boven "motie van wantrouwen" om door de dikke huid en de mentale verdedigingswallen van het bestuur te kunnen dringen.


Opgave:

Ga uit van de doelstelling dat dergelijke flaters nooit meer mogen voorkomen: “Het mag nooit meer gebeuren”. Het gaat dus om de continuïteit van de onderneming en niet om koppensnellen, machtsspelletjes, individuele belangen of baantjes.

  1. Wat zou de bestuurder in deze kwestie moeten doen ?
  2. Wat zouden de commissarissen in deze situatie moeten doen ?
  3. Moet er verschil zijn in de houding van commissarissen die nauw bevriend zijn met de bestuurder en commissarissen die geen persoonlijke band onderhouden ?
  4. Wat kunnen de gevolgen zijn als de toezichthouder de vriendschap zwaarder laat wegen dan het bedrijfsbelang ?
  5. Hebben het bestuur en de met hen bevriende commissarissen redenen om zich op hun pik getrapt te voelen door de motie-brief van de minderheid ?
  6. Denkt u dat het nuttig kan zijn om de problemen op een andere manier “aan te vliegen” of denkt u dat continuïteit in de aanpak tot betere resultaten leidt ?
  7. Zijn dezelfde mensen die de problemen hebben veroorzaakt c.q. niet hebben opgelost of niet hebben kunnen voorkomen, in staat deze zaak tot een goed einde brengen ?
  8. Wat is het afbreukrisico als de achterliggende problemen niet worden weggenomen ?
    Denk in termen van geld, vertrouwen bij diverse stakeholders, en imago.
  9. Wat kan dit voor gevolgen hebben voor het bedrijf ?
    Denk is termen van tarieven, afzetmogelijkheden, positie in samenwerkingsverbanden en binnen de branche, relatie met hogere toezichtorganen, kloof met de klanten, overnames, etc.


N.B. In het volgende college worden de goede antwoorden behandeld


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Social Icons


Featured Posts