2 juli 2020

Memootje aan het college van B&W te Katwijk

Aan: College van B&W
Van: Jaap Haasnoot (KiesKatwijk)
Betreft: Vragen n.a.v. brief d.d. 23 juni van B&W Katwijk aan gemeenteraad Katwijk over kwestie DSV.


  1. Er was vanaf 2017 reeds ontevredenheid over het functioneren van DSV. Hoe is het verklaarbaar dat de gemeente desondanks verrast werd in mei 2019 toen het debacle aan het licht kwam ?

  2. Waarom was DSV achteraf niet genegen om op eigen initiatief onderzoek te doen naar de gang van zaken ?

  3. Er was blijkbaar geen open dialoog mogelijk tussen ambtenaren en bestuur. Welke implicaties had dit ?  Wat was de oorzaak van de barrière ?

  4. Wat betekent “beter beleggen van verantwoordelijkheden” op het gebied van monitoring, toezicht en control ?

  5. Welke situatie wordt hiermee aangeduid ?

  6. Was het college op de hoogte van de situatie die in het antwoord op de vorige vraag is toegelicht ?

  7. Was er überhaupt sprake van monitoring, toezicht en control ?

  8. Is het beleggen van de verantwoordelijkheid bij een projectgroep van tijdelijke of structurele aard ? Onder wiens verantwoordelijkheid opereert de projectgroep ?

  9. DSV heeft gefaald. Welke acties zijn door DSV ondernomen richting de verantwoordelijke bestuurders en managers ?

  10. DSV heeft informatie achtergehouden. Is dit geen reden om een strafrechtelijk onderzoek te entameren ?

  11. Waarom heeft de gemeente geen actie ondernomen om het bestuur via de rechter uit haar functie te ontheffen ? Men persisteerde immers in een laconieke en onverantwoordelijke en amateuristisch houding ?

  12. Waarom heeft u de bestuurders niet aansprakelijk gesteld voor het gevoerde wanbeleid en de daardoor veroorzaakte schade ?

  13. Hoe lang is het bestuur nog in functie gebleven nadat in mei 2019 de gevolgen van de ramp duidelijk werden ?

  14. Is het resultaat van de zelfevaluatie van het bestuur beschikbaar ? Zo nee, wilt u dat dan opvragen en aan de gemeenteraad ter beschikking stellen ?

  15. Is het aanvaardbaar dat een bestuur van een openbare zorginstelling, die volledig gefinancierd wordt door overheidsgeld, haar bestuursleden uitsluitend via coöptatie rekruteert uit mensen die een bepaalde geloofsrichting aanhangen ?

  16. Wat is er veranderd aan de statuten

  17. Zijn er mogelijkheden om de door de gemeente gemaakte kosten rond dit debacle te verhalen op DSV ? Er is immers sprake (geweest) van wanbeleid en verwijtbaar gedrag van de kant van DSV ?

  18. Waarom heeft het vanaf mei 2019 een jaar geduurd (eigenlijk al vanaf 2017 toen de eerste signalen werden opgepikt) voordat het bij de gemeente duidelijk werd dat DSV geen zicht kon bieden op de financiële situatie ?

  19. Waarom is het onderzoek van DSV (Onderzoek Besluitvorming Financiën en Vastgoed) niet beschikbaar voor de gemeente(raad) en acht u dat blijkbaar een aanvaardbare en acceptabele situatie ?

  20. Is dit geen reden om het bestuur van DSV via de rechter naar huis te sturen en het heft zelf in handen te nemen door het aanstellen van een zaakwaarnemer ?

  21. DSV heeft volgens de samenvatting van een rapport de waarschuwing van de eigen accountant “niet goed gehoord”. Hebben de verantwoordelijken bij DSV gehoorproblemen ?

  22. Als er geen sprake is van een collectief gehoorprobleem dan heeft men toch de waarschuwingen bewust terzijde gelegd ?

  23. Is dit verwijtbaar gedrag ? zo ja, welke consequenties trekt de gemeente hieruit ?

  24. Wie heeft binnen DSV welke cruciale informatie aan welke verantwoordelijken onthouden ?

  25. Is dit geen strafbaar feit gezien de hele situatie ?

  26. Op blz 6 van de brief lezen we dat de gemeente beleefd vraagt om periodieke informatie. Waarom blijft de gemeente ondanks het trackrecord van DSV afwachtend en op afstand ?

  27. Zou het college, juist omdat zij voornamelijk gevormd wordt door partijen van Christelijke signatuur, er niet voor moeten zorgen dat hier niet het beeld ontstaat dat een falend bestuur van een instelling met een zelfde oorsprong met fluwelen handschoenen wordt aangepakt ?

  28. Welke juridische mogelijkheden zijn er om het bestuur van DSV terzijde te stellen en het bestuur over te nemen tijdens de herstelperiode ?

  29. Heeft het verbeterplan dat door de ambtelijke organisatie wordt gemaakt betrekking op de eigen organisatie of op DSV ?

  30. Wilt u dit verbeterplan en de diagnose waarop het is gestoeld ter beschikking stellen van de gemeenteraad ?

  31. Volgens eigen zeggen blijft u als college sturen. Welke instrumenten en (machts)middelen zet u hiervoor in ?

Met vriendelijke groet,

Jaap Haasnoot
KiesKatwijk

30 juni 2020

Briefje aan het college van B&W te Katwijk

Voorgenomen fusie tussen muziekschool en bibliotheek het zoveelste recept voor mislukking. KiesKatwijk stelt 124 vragen.

Aan: College van Burgemeester & Wethouders der gemeente Katwijk

Van: Fractie KiesKatwijk

Betreft: Vragen over het onderwerp “Fusie tussen Muziekschool en Bibliotheek”[1] 


26 juni 2020.

Geacht College,

Onze fractie was verbaasd dat uw college een rapport heeft laten maken dat moet aantonen dat de fusie van twee organisaties, de bibliotheek en de muziekschool, die beiden in totaal verschillende “werelden” opereren, namelijk de muziekwereld en de wereld van de taal en informatiedragers, gewenst zou zijn. Bij enig doordenken blijkt namelijk al snel dat deze fusie niet zo’n goed idee is. De argumentatie is dan ook boterzacht, nauwelijks onderbouwd en nogal abstract geformuleerd. De impliciete stelling dat voor inhoudelijke samenwerking een organisatorische fusie noodzakelijk zou zijn is onjuist.

De samenwerkingsmogelijkheden worden naar onze mening bovendien nogal overschat en nergens expliciet gemaakt. Hetzelfde geldt voor de mogelijke efficiencyvoordelen die te behalen zouden zijn. Het eigenlijke probleem, een  adequate huisvesting, is blijkbaar terzijde gelegd in de afgelopen twee jaar.

Onze fractie is van mening dat een dergelijke belangrijke beleidsbeslissing als de onderhavige niet gebaseerd mag zijn op niet meer dan een vrome wens of een verzameling geloofsartikelen i.p.v. harde feiten. Dat is namelijk nu het geval en bovendien zijn er voor de raad zoals wel vaker het geval is onvoldoende keuzemogelijkheden of alternatieven. In de “90 seconden democratie” hebben raadsleden onvoldoende mogelijkheden om in het politieke debat deze kwestie voldoen scherp te krijgen. Het college neemt echter na één digitale commissievergadering een afslag met eenrichtingsverkeer richting de fusiebestemming zonder dat daaraan een raadsbesluit ten grondslag ligt. Zo is democratie niet bedoeld. 

Ondanks het feit dat wij het vrageninstrument niet ideaal vinden, omdat het meestal gebruikt wordt om de vragensteller met een kluitje in het riet te sturen, willen wij nu toch gebruik maken van ons recht om vragen te stellen ten einde wat ontbrekende feiten op tafel te krijgen. Het kan ook collega-raadsleden de ogen openen. Noodgedwongen moeten wij daarbij tot in de details afdalen, ook al om de beste kans op zinvolle antwoorden te krijgen.

Onze stelling: Elke kwaliteitsverbetering kost geld (uren, accommodaties) en       bezuinigen zonder gevolgen voor kwantiteit en kwaliteit bestaat niet.


Hoofdvragen:

  1. Op welke wijze denkt u dat een structuurverandering (fusie), zonder vergroting van het budget, kan leiden tot uitbreiding van dienstverlening (meer uren) ?

  2. Op welke wijze kan een fusie tussen muziekschool en bibliotheek bij verminderd of gelijkblijvend budget leiden tot een hogere kwaliteit van dienstverlening ?

  3. Kunt u de antwoorden op beide vorige vragen ook aannemelijk maken met (harde) feiten ?

  4. Mocht het antwoord zijn dat er (als vanzelf) verbetering van efficiency tot stand zal komen met een fusie, verzoek ik u te kwantificeren om welk bedrag (c.q. hoeveel uren) dit dan gaat dat hierdoor extra aan dienstverlening in de primaire processen kan worden besteed, en welke besparingen dat bedrag heeft opgeleverd ?

  5. Voor welke verbetering van kwaliteit of effectiviteit is de fusie een noodzakelijke voorwaarde ?

  6. Op blz. 6 van het rapport Berenschot wordt gesteld dat de kernboodschap van het rapport is dat een grote bezuiniging[1] op de muziekschool alleen mogelijk is als er gefuseerd wordt. Fusie dus als voertuig voor een grote bezuiniging. Wie heeft dat uitgangspunt bepaald ? Is bekend of de gemeenteraad hier mee instemt ?


Detailvragen

In het vervolg hebben wij nog een aantal detailvragen die nader ingaan op aspecten van zowel efficiency (doelmatigheid) als effectiviteit (doeltreffendheid) van uw voorgenomen beleid.

Berenschot blz 8.: “De verwachting mag zijn dat het Cultuurbedrijf het culturele leven van Katwijk aanzwengelt en steeds van nieuwe impulsen voorziet”.

  • Waarop is die verwachting gebaseerd ?

  • Wordt er dan extra geld beschikbaar gesteld voor personeelscapaciteit t.b.v. het aanzwengelen ?

  • Worden bestaande activiteiten geschrapt en worden die uren dan voortaan besteed aan het aanzwengelen ?

  • Welke magie leidt er toe dat je met dezelfde of minder uren opeens veel meer zou kunnen bereiken ?

  • Welke activiteiten van beide organisaties in het primaire proces kunnen worden samengevoegd, zodat meer werk kan worden verzet met minder mensen dan in het geval er niet wordt samengewerkt vanuit één organisatie?

  • Welke omvang hebben deze activiteiten (in geld en in Fte gemeten) en welke activiteiten betreft dit ?

  • Voor welke vormen van samenwerking tussen beide instellingen is een fusie een noodzakelijke voorwaarde ?

  • Welke ondersteuning van ProBiblio en andere koepelorganisaties in de bibliotheekwereld is relevant voor een instituut op het gebied van muziekonderwijs ?

  • Op welke wijze kan het muziekonderwijs beter functioneren c.q. tot een beter resultaat leiden via het instrument van privatisering (verzelfstandiging)?

  • Zijn de kwaliteit van de docent en klasgrootte niet meer bepalend dan de organisatiewijze ?

  • Welke belemmeringen of nadelen hangen samen met de status van de muziekschool als onderdeel van de ambtelijke organisatie van de gemeente ?

  • Waarom moet er meer aan marketing worden gedaan ?

  • Is het  niet zo dat meer uren aan marketing leidt tot minder uren in het primaire proces ?

  • Wat is de meerwaarde daarvan (muziekschool en bibliotheek hebben al groot bereik) ?

  • Wat mankeert er aan de huidige marketinginspanningen ?

  • Is er capaciteit om meer klanten te bedienen die men verwacht met extra marketing binnen te krijgen ? Zo ja, hoe dan ?

  • Wat is belangrijker, meer marketing of een betere dienstverlening (meer uren in de primaire processen), voor het aantrekken van meer klanten ?

  • Wat is in geld en in Fte’s gemeten de “winst” die geboekt kan worden als muziekschool en bibliotheek één organisatie gaan vormen[1] ?

  • Welke oude functies c.q. welke bestaande taken/activiteiten vervallen bij een fusie ?

  • Wat betekent dit in geld en Fte’s gemeten ?

  • Welke overige kosten die sec gerelateerd zijn aan de fusie vervallen in beide begrotingen (dus niet gerelateerd aan gezamenlijk gebruik van accommodaties)  ?

  • Waaruit bestaan de frictiekosten en hoe hoog worden die ingeschat ?

Op blz 38 van het Berenschot rapport[2] wordt beweerd dat samenwerking de inhoudelijke programmering en afstemming in de dorpskernen zal versterken.
  • Is hierbij de aanname dat er een fusie noodzakelijk is om tot samenwerking en afstemming te komen ?

  • Zo ja, waarom kan er niet worden samengewerkt zonder dat er een fusie plaatsvindt ?

  • Zo ja, zijn er alternatieven buiten een fusie die tot verbeterde samenwerking kunnen leiden ?

  • Is er sprake van een verschillende situatie wat betreft activiteiten of samenwerking binnen of buiten dorpskernen ? Kunt u concreet maken waarover in concreto Berenschot het hier eigenlijk heeft ?
Op blz 38 wordt enigszins dubbelop (zie vorige vraag) beweerd dat muziekonderwijs, cultuureducatie en leesondersteuning in de basisscholen en in de wijken versterkt wordt. In een tweede zin lezen we nog “samenwerking tussen bibliotheek en muziekschool zal het cultuuronderwijs binnen de scholen en de kernen verstevigen”. Het gaat dus blijkbaar om de taken muziekonderwijs, cultuureducatie, leesondersteuning en cultuuronderwijs.
  • Komen er meer uren beschikbaar voor deze taken ?

  • Komt de kwaliteit van de geleverde uren op deze vier taakvelden op een hoger niveau ?

  • Zo ja, hoe komt dat dan per taakveld tot stand ?

  • Zo ja, is een fusie noodzakelijk om deze doelen te bereiken ?

  • Nemen alle scholen deze “producten” nu af ? Zo nee, wat is de dekkingsgraad ?

  • Wat weerhoudt sommige scholen om deze “producten” af te nemen ?

  • Op welke wijze gaat de fusie zorgen voor een groter bereik bij de doelgroep scholen ?

  • Is er personeelscapaciteit (geld) aanwezig om deze verwachte toename van werkzaamheden te kunnen behappen ?

  • Zijn er soms plannen om buiten de bestaande accommodaties en de scholen “de wijken in te gaan” ?

  • Wat moeten wij ons hierbij voorstellen en wat is de bedoeling hiervan ?

  • Is er geld voor ?

  • Welke nieuwe kosten ontstaan c.q. welke kosten worden hoger met een fusie en schaalvergroting ?

  • Komen er functies bij of worden functies in de nieuwe organisatie hoger gewaardeerd c.q. beter betaald ? Zo ja, welke ?

  • Moeten er mensen afvloeien bij de fusie en privatisering omdat de functie vervalt en zijn daar kosten aan verbonden (zoals gouden handdrukken, uitkeringen)  ?

    De gewenste fusie maakt het noodzakelijk dat de muziekschool geprivatiseerd wordt.


  • Welke garanties worden er aan de organisatie en aan de medewerkers gegeven of welke regelingen zullen moeten worden getroffen ?

  • Wat kost dat ?

  • De toekomstige directeur (M/V) moet verstand hebben van en affiniteit met zowel de muziekwereld en het muziekonderwijs als de wereld van bibliotheken. Is het te verwachten dat een dergelijk schaap met vijf poten makkelijk te vinden zal zijn ?

  • Gaan we bij een fusie naar een situatie van twee of meer adjunct-directeuren voor de diverse poten van de nieuwe organisatie ?

  • Leidt de fusie en schaalvergroting tot meer overheadkosten ?

  • Bepaalt de gemeente Katwijk hoe de nieuwe organisatie er uit gaat zien of bepalen de organisaties met hun autonome besturen dat zelf ?

  • Bepaalt de gemeente Katwijk welke personen op welke functies komen in de nieuwe verzelfstandigde organisatie of bepaalt het toekomstige autonome bestuur van het Cultuurbedrijf dat ?

  • Kunt u een overzicht geven van de betaalde overheadfuncties in de drie oude organisaties in vergelijking met die van de gefuseerde organisatie ? Gaarne zowel in kosten als in Fte gemeten.

  • Zal de grotere schaalgrootte leiden tot betere of meer dienstverlening ?

  • Zo ja, welke dienstverlening betreft dit en kunt u dat feitelijk onderbouwen en aannemelijk maken ?

  • Wat is reuring in organisatiekundige zin ?

  • Heeft meer reuring in een organisatie louter positieve effecten ?

  • Kost reuring ook organisatiecapaciteit c.q. kan reuring ook afleiden van de uitvoering van taken en energielekken veroorzaken ?

  • Zou “klein, maar fijn en slagvaardig” niet net zo goed een bruikbare kretologie kunnen zijn dan meer “reuring” ?
Berenschot op blz 8: “voor kruisbestuiving” is een bepaalde massa nodig. De massa neemt met de fusie niet toe, en de massa in de uitvoering van de primaire processen zal eerder afnemen. Dezelfde massa is er vandaag ook al, niemand verbiedt het om die massa zonder fusie ook vandaag al met kruisbestuiven aan het werk te zetten.  
  • Hoe werkt dat ?

  • Is het gebrek aan kruisbestuiving dan misschien toch een capaciteitsprobleem (en dus budgetprobleem) omdat beide organisaties nu al volbezet zijn ?

  • Is het gebrek aan kruisbestuiving misschien te wijten aan het feit dat beide organisaties aan totaal verschillende takken van sport doen waardoor er weinig mogelijkheden zijn ?

  • Welke mogelijkheden tot kruisbestuiving worden er nu gezien die niet gerealiseerd worden doordat beide organisatie nu geen eenhoofdige leiding kennen ?

  • Wat vind het personeel van de diverse instellingen van deze fusie ? Hebben zij er zin in ? Op welke wijze zijn zij geraadpleegd ?
Op blz 38 van het Berenschot rapport wordt beweerd dat het “esprit de corps” van de muziekschooldocenten een positieve invloed zal hebben op de medewerkers van de andere twee organisaties.
  • Kunt u uitleggen wat of welk fenomeen u met de term “esprit de corps” wilt aanduiden ?

  • Wat is er mis met het “esprit de corps” van de medewerkers van de bibliotheek en K&O ?

  • Op welke wijze  wordt de positieve invloed van muziekdocenten op de collega’s bij een fusie tot stand gebracht en wat is het gewenste resultaat ?

  • Op welke wijze wordt voorkomen dat het “esprit de corps” van de medewerkers van bibliotheek en K&O, de blijkbaar meer gewaardeerde instelling van de muziekdocenten andersom op negatieve wijze beïnvloedt ?

  • Op welke momenten is er trouwens sprake van intensieve samenwerking tussen muziekdocenten en de medewerkers van bibliotheek en K&O die totaal uiteenlopende functies vervullen ?

  • Worden muziekdocenten straks ook ingezet voor andere activiteiten dan muziekles geven ? Zo ja, in welke mate ? Zo nee, hoe komt de veronderstelde wisselwerking dan tot stand ?

  • Worden medewerkers van bibliotheek of K&O ingezet bij muzieklessen ? Zo ja, in welke mate ?  Zo nee, hoe komt de veronderstelde wisselwerking dan tot stand ?

  • Gaat het esprit de corps niet aangetast worden door zaken als verschillen in salarisniveau, beroepshouding en rechtspositie van voormalige bibliotheekmedewerkers en muziekdocenten ?

  • Gaat het esprit de corps niet aangetast worden als niet-professionals op het gebied van muziekonderwijs een leidinggevende taak in dit werkveld gaan uitvoeren ?
Op blz. 38 in het Berenschot rapport wordt beweerd dat het cultureel ondernemerschap door de wisselwerking tussen de drie organisaties zal toenemen. Er is dus nu blijkbaar sprake van een tekort.
  • Heeft het fenomeen “cultureel ondernemerschap” ook iets te maken met meer eigen inkomsten genereren ? Zo ja, hoe gaat de fusie de vraag in de markt vergroten ?

  • Wordt de prijs voor muzieklessen of evenementen lager ? Wordt de contributie voor de bibliotheek lager of wordt het boekenbudget hoger ?

  • Kunt u uitleggen waarom er een fusie noodzakelijk is om de veronderstelde positieve effecten tot stand te laten komen, welke effecten dat zijn en hoe dit dan gaat werken ?

  • Wat is de reden dat het heden ten dage blijkbaar niet goed genoeg gaat qua “cultureel ondernemerschap” ?

  • Zou het niet beter zijn om te zorgen voor meer geld, meer personeelscapaciteit en meer deskundige of meer bevlogen medewerkers, en goede accommodaties en andere middelen om het door u gewenste cultureel ondernemerschap te verbeteren ?

  • Hoe onderbouwt u de veronderstelling dat schaalvergroting of een fusie blijkbaar “als vanzelf” tot een beter resultaat gaat leiden in termen van “cultureel ondernemerschap” ?

  • Is cultureel of andersoortig ondernemerschap niet een eigenschap van mensen ?

  • Gaan we nieuwe mensen aantrekken omdat blijkbaar de huidige mensen onvoldoende ondernemerschap tonen ?

  • Zo nee, hoe gaan dan dezelfde mensen opeens heel andere kwaliteiten vertonen door de fusie ? Hoe werkt dat ?

  • Wat gaat de fusie opleveren aan zaken die vandaag de dag blijkbaar tot de onmogelijkheden behoren en hoe gaat dit dan werken ?

  • Niet ontkend kan worden dat de fusie vooral een middel is om tot kostenvermindering te komen. Wilt u dit desondanks ontkennen ?

  • Zo nee, bent u dan van plan om meer middelen ter beschikking te stellen ?

  • Zo niet, dan moeten dezelfde of meer taken door dezelfde of minder mensen in minder beschikbare uren worden uitgevoerd. Is dit juist ? Zo nee, waarom niet ?

  • Als het budget niet vergroot wordt is de enige reële reactie hierop het sluiten van een filiaal.

  • Is deze veronderstelling juist ?

  • Zo nee, waarop kan dan nog bezuinigd worden ?

  • Zo ja, sluiten we dan eerst het filiaal Rijnsburg of het filiaal Valkenburg ?

  • Bent u met ondergetekenden niet van mening dat minder budget juist contraproductief werkt ten opzichte van elke kwaliteitsverbetering ?

  • Hoeveel medewerkers met kleine banen (qua uren) hebben beide organisaties ?

  • Welk percentage van het personeelsbestand vertegenwoordigen deze ?

  • Zijn die kleine banen een eigen keuze van medewerkers of een gevolg van te weinig budget ?

  • Welke gevolgen heeft die versnippering voor de binding met de organisatie, het “esprit de corps”, de efficiency en het cultureel ondernemerschap ?

  • Zijn muziekdocenten meer betrokken bij de organisatie en haar algemene doelen of zijn ze meer specifiek gefocust op hun vak en op hun eigen leerlingen ?

  • Besteden muziekdocenten ook nog andere activiteiten bij de muziekschool dan sec het invullen van lesuren ? Kunt u inzicht geven in aard en omvang van die activiteiten ?

  • Komen er schotten tussen de samenstellende delen van de nieuwe cultuurorganisatie qua financiering of is er straks sprake van één lumpsum ?

  • Hoe gaan we voorkomen dat bibliotheekgeld weglekt naar de muziekschool of K&O, en andersom ?

  • Kunt u een overzicht geven van de (omvang van de) bezuinigingen in de diverse rondes op de drie organisaties in het afgelopen decennium ?

  • Kunt u een overzicht geven van de kosten die de afgelopen twee jaar na het Noordzeepassage debacle zijn gemaakt t.b.v. dit dossier, uitgesplitst in interne uren en externe advieskosten ?

  • Heeft u de afgelopen twee jaar gewerkt aan de realisering van adequate huisvesting voor de bibliotheek ?

  • Zo ja, wat was uw zoekgebied ?

  • Als uw antwoord is dat er eerst gewerkt moet worden aan het in elkaar schuiven van organisaties, gaarne de onderbouwing waarom hier alleen volgtijdelijk en niet parallel gewerkt kan worden. Het gaat immers om een bibliotheek “nieuwe stijl” inclusief een zaaltje, waarbij alleen de hoeveelheid benodigde kantoorruimte een van de organisatieomvang afhankelijke (en overigens goed in te schatten) variabele is ?

  • Is een leerpunt van het Noordzeepassage debacle niet dat een combinatie van lesruimten voor muziekonderwijs met een bibliotheek tot problemen leidt, en om allerlei redenen niet gewenst is ?

  • Op welke termijn denkt u nieuwe huisvesting voor de cultuurorganisatie te kunnen realiseren ?
Tot nog toe werd de harde eis gehanteerd dat de bibliotheek een bijdrage moest leveren aan omzetverhoging van winkeliers in het centrum van het zeedorp. Deze merkwaardige eis beperkte de zoekmogelijkheden voor een locatie op dramatische wijze, en heeft ook tot een dramatisch resultaat geleid middels het Noordzeepassage debacle.
  • Wat heeft het jarenlang vasthouden aan die eis de belastingbetaler inmiddels gekost en wat staat daar tegenover ?

  • Er is twee jaar “radiostilte” geweest over de huisvesting. Wordt die eis nog steeds gehanteerd ?

  • Zo nee, betekent dit dan dat ondersteuning van winkeliers in andere dorpsdelen ook een eis kan zijn ?

  • Of gaan we deze bizarre eis laten vallen ?

  • Is het niet verstandig een uitspraak van de raad te ontlokken over deze kwestie ?

  • Gaat de toezegging van wethouder Knape om het commerciële initiatief van de heer Frissen bij de onderhavige fusieproblematiek te betrekken deze kwestie niet nodeloos compliceren ? Hebben we wat dat betreft geen lessen geleerd ?
Een ander leerpunt uit het nabije verleden is dat we steeds in grote problemen komen door het hanteren van een tunnelvisie. Die fuik geldt hier ook weer. Er is geen keuze want de fusie met drie organisaties is het enige alternatief, in twee smaken weliswaar.
  • Als het college met commerciële partijen in gesprek gaat over het voorliggende dossier ligt het dan niet voor de hand om dan ook onderzoek te doen naar een variant met twee aparte fusies ? Op deze manier heeft de gemeenteraad immers ook iets te kiezen.
Zo’n variant omvat een fusie tussen bibliotheek en K&O, en daarnaast een fusie in de muziekwereld tussen een geprivatiseerde (verzelfstandigde) muziekschool en commerciële initiatieven op het gebied van muziekonderwijs en relatief grote evenementen.
  • Zou het geen aanbeveling verdienen om een andere adviseur dan Berenschot deze optie te laten onderzoeken ?

  • Zou het geen aanbeveling verdienen om zo snel mogelijk een gezamenlijke huisvesting voor K&O en de bibliotheek te regelen, en dit geheel los te zien van mogelijke fusies tussen wie dan ook ?

  • Is het inmiddels niet overduidelijk dat de eisen die samenhangen met de huisvesting van een muziekschool totaal anders zijn dan de eisen voor een bibliotheek “nieuwe stijl” ?

  • Zo ja, is het dan niet overduidelijk dat een gezamenlijke huisvesting tot extra complicaties en dus tot hogere kosten en/of tot een suboptimaal resultaat zullen leiden ?
Het bedrag in de BSI was bedoeld voor huisvesting van een centrale bibliotheek met een zaaltje, een organisatie waarvoor in de loop van de jaren diverse benamingen zijn gehanteerd. In de loop der tijd zijn steeds nieuwe partners bij het onderwerp bibliotheekhuisvesting betrokken (en weer weggevallen) en gaan we nu blijkbaar drie organisaties onder één dak (organisatorisch en/of qua huisvesting)  brengen.
  • Wordt het (niet geïndexeerde) bedrag voor huisvesting dan ook logischerwijze opgehoogd ?
Inmiddels wordt er waarschijnlijk een geheel nieuw dorp bijgebouwd (de wijk Vliegkamp) met 10.000 inwoners.
  • Welke implicaties heeft dit voor het huisvestingsbeleid en de overige kosten die samenhangen met de hier besproken voorzieningen ?

  • Hoe verhoudt zich dat tot de overduidelijke wens van sommige coalitiepartners zoals de CU om verder te bezuinigen op de bibliotheek met een zaaltje ?
Uw college heeft blijkbaar op basis van het in onze ogen nogal zwakke rapport van Berenschot besloten dat een organisatorische fusie tussen bibliotheek, K&O en de muziekschool de meest gewenste oplossing is voor een huisvestingsprobleem.
  • Vinden de autonome besturen van bibliotheek en K&O dat ook ?

  • Is er een raadsbesluit dat deze koers accordeert ?

  • Wilt u de gemeenteraad alsnog een raadsvoorstel voorleggen ?
Met vriendelijke groet,


Jaap Haasnoot
KiesKatwijk



[1] De fusie tussen K&O en de bibliotheek lijkt ons niet problematisch en zelfs gewenst. Deze samenvoeging stellen wij dus niet ter discussie.

[2] Ter toelichting wordt in het rapport naar voren gebracht dat zonder fusie slechts bezuinigingen in de orde van grootte van 20K tot 70K per jaar mogelijk zijn.

[3] Op blz 39 van het Berenschot rapport wordt beweerd dat er besparingen en efficiencyvoordelen voortvloeien uit een fusie, zonder dat overigens te onderbouwen of aannemelijk te maken.

[4] Dit rapport is verdedigd door wethouder Knape namens B&W en is dus geen vrijblijvend verhaal maar het belangrijkste beleidsstuk waarop B&W zich baseert in haar standpuntbepaling.

Social Icons


Featured Posts